Olde Kottink
Olde Kottink
Prosman de Wit Architecten ontwierp voor Landal Olde Kottink lodges die zich op een vanzelfsprekende manier voegen in het landschap. Het ontwerp vertrekt vanuit de constatering dat de plek gedurende het jaar sterk verandert: dicht en beschut in de zomer, warm gekleurd in de herfst en open in de winter. De stedenbouwkundige opzet en architectuur spelen in op deze seizoensverschillen, in plaats van uit te gaan van één vast beeld.
Het park ligt in het karakteristieke Twentse coulisselandschap van bosranden, hagen en open velden. In plaats van een centrale ruimte te maken, zijn de lodges geplaatst in twee ‘boskamers’ langs een meanderende boomrand en volgen zij het bestaande reliëf. Het park wordt daardoor ervaren als een wandeling door het landschap: zichtlijnen openen en sluiten zich geleidelijk en de gebouwen verschijnen één voor één.
Daardoor worden de lodges in elk seizoen anders beleefd. In de zomer overheerst de begroeiing en gaan de gebouwen grotendeels op in het groen. Houten gevels en de schaduw van de bosrand verminderen het contrast, terwijl grote glaspuien het omringende groen visueel het interieur in trekken. De lodges functioneren dan vooral als beschutte buitenverblijven, waarbij terrassen en schaduw het dagelijks gebruik bepalen.
In de herfst worden de gebouwen beter zichtbaar doordat de kleur van het hout aansluit bij de verkleurende vegetatie. Kortere zichtlijnen en lager zonlicht maken de boskamers duidelijker leesbaar en geven de interieurs een warmere, meer omsloten sfeer.
In de winter, wanneer blad en ondergroei verdwijnen door sneeuw, wordt de ruimtelijke opzet van het park helder. De plaatsing van de lodges langs de bosrand is duidelijk te herkennen en de volumes staan als kleine paviljoens in het open landschap.
De lodges zijn opgezet als langgerekte volumes met een terughoudend materiaalgebruik van hout in natuurlijke tinten. Door hun lengte ontstaat veel contact met de omgeving, waardoor licht, schaduw en beplanting het interieur gedurende het jaar beïnvloeden. De boszijde is meer beschut en gericht op de nabijgelegen vegetatie, terwijl de entreezijde zich oriënteert op het binnengebied van het park.
De verspringende plaatsing zorgt voor privacy zonder hekken of harde erfafscheidingen. Hagen en informele beplanting markeren de kavels en versterken het landschappelijke karakter.
Binnen zijn vanuit entree en hal aan beide zijden zichten op het landschap aanwezig. De woonkamer met open keuken heeft een vrije hoogte van circa 4,7 meter en opent via grote glaspuien naar het terras. Een slaapkamer kan tevens functioneren als tuinkamer met directe toegang tot een tweede buitenruimte, waardoor het gebruik van de lodge kan verschuiven tussen binnen en buiten afhankelijk van het seizoen.
Prosman de Wit ontwierp ook de centrale voorzieningen, waaronder receptie en wellness. De eenvoudige volumes verwijzen in schaal en soberheid naar Twentse schuren: robuuste gebouwen zonder ornament, waarbij materiaal en verhouding het beeld bepalen.
Landal Olde Kottink laat architectuur en landschap samen werken. De gebouwen domineren de plek niet, maar veranderen in aanwezigheid naarmate de begroeiing groeit, verkleurt en weer terugwijkt gedurende het jaar.
Fotografie: Jeroen Musch